Cookie beleid DVS'33 Ermelo

De website van DVS'33 Ermelo is in technisch beheer van VoetbalAssist en gebruikt cookies. Hieronder de cookies waar we je toestemming voor nodig hebben. Lees ons cookiebeleid voor meer informatie.

Functionele cookies

Voor een goede werking van de website worden deze cookies altijd geplaatst.

Analytische cookies

Google analytics Toestaan Niet toestaan

Marketing cookies

Facebook Toestaan Niet toestaan
  • DVS-TV & DVS-Video

  • Top-en Hoofdsponsors
  • Eerstvolgende wedstrijd

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!

Joop Bakker: Een leven lang DVS’33 Ermelo

17 maart 2016 22:15


Zijn wieg stond op de plaats, waar ook DVS’33 Ermelo is opgericht, en wel precies op 29 november 1945. Het adres van Garage Bakker was het epicentrum van de club, waar iedereen buiten de wedstrijden om bij afwezigheid van een clubgebouw samenkwam. Het kon dus ook niet anders dan dat Joop Bakker en zijn broer Hiebo het DVS-gevoel met de paplepel kregen ingegoten. Toch scheelde het weinig, of de leerling van de HBS in Harderwijk had de keuze voor de muziek gemaakt. Dan had de vereniging hem wellicht niet leren kennen als degene, die na zijn voetballoopbaan halverwege de 70-er jaren zijn eerste voorzichtige schreden als bestuurslid zette en daarna drie periodes voorzitter van de vereniging was. In totaal hield hij veertien jaar de voorzittershamer vast. Niet omdat Joop Bakker zo nodig moest, maar omdat de club er bij de laatste twee om vroeg in moeilijke omstandigheden. In 2011, zijn laatste jaar als preses, reikte Gert Klaassen hem de speld op, die behoorde bij de benoeming als Erevoorzitter van DVS’33 Ermelo; als eerste en enige. Ook daarna bleef hij zich inzetten voor de vereniging, die zo diep in zijn genen zit.

Dat had ook nog lange tijd zo moeten blijven, maar onlangs openbaarde zich een ziekte, waarvan de diagnose ongeneeslijk inhield. De tijd werd voor Joop Bakker eindig. Een schok natuurlijk voor hem zelf, zijn dierbaren, vrienden en ook voor de vereniging. In het tijdsbestek, dat nog gegeven is, werkte hij nog graag mee aan dit interview. Geen zielig verhaal, maar een soort van memoires van het gevoelsmens Joop Bakker over een leven lang DVS’33 Ermelo.

Door: Joop Tomassen

Joop Bakker werd geboren in zo’n typisch Ermelo’s gezin. Het tweede huwelijk van echte Armeloër Bertus Bakker was met een verpleegster van een van de stichtingen in het zorgdorp (Veldwijk), die oorspronkelijk uit het noorden van het land kwam. Uit dat huwelijk werd na hem in ’47 nog zijn broer Hiebo geboren. Zoals al genoemd stond hun wieg op dezelfde plek, als waar DVS werd opgericht, namelijk op “De Zolder” boven Garage Bakker. Vanaf zijn eerste zucht was de club om hem heen: ”Ik weet niet beter, dan dat DVS om ons heen was. Ook jonge spelers kwamen bij ons aan huis en vroegen aan mijn moeder: Is Bertus thuus. De club heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het gezin. Je had nog geen clubhuis, dus was Garage Bakker het centrale punt. Als het over DVS gaat, heb ik veel waardering voor mijn vader. Er heeft zich heel veel bij ons thuis afgespeeld. Wij sliepen boven en via een trap kwam je bij ons op de zolder terecht. Dat zogenaamde clubhuis was eigenlijk elke avond geopend. Dan werd er ook getafeltennist, er stond een leestafel en er stond een zelf getimmerde bar. Wij lagen soms te stuiteren in bed, want we konden alles horen. Mensen konden binnenlopen, wanneer ze wilden. Dat is pas overgegaan, toen DVS een paar jaar na ’62 aan de Sportlaan een kantine bouwde. In de buurt, waar ik opgroeide had je Ceesje Huiskamp, Andriesje Posthouwer, Bertje en Cocky Andrea. Er was geen andere voetbalclub dan DVS.”

Voetbal voor de muziek
Toch had het misschien weinig gescheeld, of er was een voetballer en later bezielende voorzitter aan hem verloren gegaan: ”Als kind heb ik ook altijd bij de Harmonie Excelsior en bij het Nationaal Jeugd Orkest gespeeld met de gebroeders Poel, de gebroeders Brouwer uit Hierden. Ik kwam daardoor wel in de knoop met de voetballerij, want de repetities van dat Nationale Jeugd Orkest waren ook op zaterdag. Ik kwam dus steeds meer voor de keuze te staan voor het voetbal of voor de muziek. Uiteindelijk heb ik voor het voetbal gekozen. Tijdens militaire dienst heb ik nooit een wapen in m’n hand gehad, maar wel een soortement tuba bij de Kapel voor dienstplichtigen, dat in Amersfoort was gelegerd. Ik speelde op dat instrument de tegenmelodie. Ik ben nog wel benaderd na mijn dienstplicht, of ik beroeps wilde worden bij de Johan Willem Friso-Kapel in Assen.”

Voetbal bij Jan Hamstra
Dan had de Ermeloër wellicht zijn geboortedorp verlaten. Het werd gelukkig voor DVS dus voetbal: ”Ik heb zelf het veld van Knevel aan de Heidelaan niet zo bewust meegemaakt. Dat heb ik dan meer uit de overlevering. ‘Jan Hamstra’ heb ik wel bewust meegemaakt. Daar is DVS al na ’55 gaan voetballen. Er is ook nog een jaar ‘achter Loedeman’ (achter Veldwijk) gespeeld, toen het hoofdveld aan de Oude Nijkerkerweg aangepakt moest worden. Bij Jan Hamstra had je die gebouwen, waar de vakantiegasten altijd sliepen; daar stonden van die stapelbedden in. We zaten ook op die bedden bij het omkleden. Na het voetballen liep je naar de deel, waar van die wasbakken waren. Bij Hamstra had DVS tweeënhalf veld. Ik kan me nog herinneren, dat ik in het begin op dat halve veld gespeeld had. Ik kon pas kort voor ’60 lid van DVS worden, want je had daarvoor nog geen jeugd. Er waren geen tegenstanders, maar ook niet veel voorstanders van jeugdvoetbal. Voetballen was in Ermelo voor ouderen. Veel andere clubs werden opgericht door jongeren (14-16 jaar), maar bij DVS was anders. Dat had te maken met de fusie tussen ‘EVC’ en Ajax. Ik kon pas gaan voetballen zo na mijn tiende. Van die periode is weinig aan foto’s en dergelijk bewaard gebleven.

Bij Jan Hamstra stond bij de ingang van het hoofdveld een grote groene barak met een afdak en daar verkocht de vrouw van Harry van de Weijer op de zaterdag drinken en rookworsten. Bestuursvergaderingen werden bij ons op “De Zolder” gehouden.

Het jeugdvoetbal is ook na die periode van de grond gekomen. Martin Wassink zat bij de KNVB en dat was ook een Ermeloër. Er is toen ook veel initiatief vanuit Ermelo ontstaan om het jeugdvoetbal in de Afdeling Utrecht te organiseren.

B- of C-jeugd heb ik eigenlijk ook nooit gespeeld. Ik was nogal fors en kwam direct in de A. Van het selecteren van spelers was nog geen sprake. Dat deden we zelf. Dat was wel een heel leuke tijd en we hadden een heel goed A-elftal. We werden ook een aantal jaren achtereen kampioen in de Veluwse Jeugd Competitie. Dat was met alle clubs hier uit de omgeving van Hulshorst tot en met de gemeente Barneveld, want er speelde geen vereniging enkele hoger. Het verste weg was Barneveld en daar gingen we op de fiets heen. Daar klaagde niemand over; dat was gewoon zo. Met dat elftal hebben we toen later ook nog een reünie georganiseerd. Daar zat Wim Kamphorst in, Aart van Nijhuis, Jan Quist, Jan Bonestroo, Bert Koekoek, een oudere broer van Harmen van Panhuis, Berend van Beek, die pas geleden overleden is.”

Zijn herinneringen gaan echter al terug tot een aantal jaren daarvoor: ”We hadden toen een eerste elftal, dat op “Birkhoven” verloor van DOVO. Dat was een heel goede periode van DVS.



Daar heb ik ook nog wel wat van meegekregen. Toen ik zelf begon te voetballen, werd dat al minder, maar ik kan me perioden met voetballers als Cees Sterk, een hele goede voetballer, nog wel bewuster herinneren. Marten Bakker en Bertus van Nieuwenhuizen zat er al heel jong bij, als 16-, 17-jarige. Ik kan me ook nog goed herinneren van toen ik zo’n jaar of vijf was, dat Henk Gewald bij DVS in de goal stond. Hij had in een wedstrijd, waarbij het hard regende, heel weinig te doen en vroeg me, of ik zijn regenjas wilde halen. Die trok hij toen aan en als de tegenstander in de buurt van het doel kwam, trok hij die uit en hield ik die vast.

Ik kan me Bertus van Nieuwenhuizen goed herinneren. Geerling Hamstra wordt genoemd als beste aller tijden, maar dat komt ook, doordat velen Bertus niet hebben zien voetballen. Zij horen wel bij elkaar als beste voetballer van DVS ooit. Als hij zijn voetbalopleiding in deze tijd had gehad, was hij ook veel verder gekomen. Geerling kan ik me nog herinneren als 4-jarig ventje. Hij woonde net naast het veld bij Jan Hamstra. Hij liep altijd met een bal en kon er alles mee. Als oudere jongens zagen we wel, dat hij een rasvoetballer was. Een stil mannetje, nooit op de voorgrond, maar kon een bal zo maar een half uur hoog houden.”

Scheuring binnen de club van dichtbij meegemaakt
De sportieve terugval van de club en de scheuring in de vereniging maakten de gebroeders Bakker van heel dichtbij mee: ”DVS speelde na twee jaren in West 1 in Oost, maar na ’55 zakte dat af. Vanaf die periode ging het niet goed met DVS. Dat was één grote ruzie en dat had te maken met de veteranen, die als vierde elftal voetbalden. Zij vonden, dat ze boven de wet stonden en conformeerden zich nergens aan. Ze gingen in een wit shirt spelen, omdat ‘EVC’ dat vroeger ook deed, ondanks dat het bestuur dat niet goed vond. Ze hadden hun eigen vriendenteam en wilden geen spelers afstaan aan het derde elftal, dat dan maar met te weinig spelers moest vertrekken. Die wrijving heeft heel lang bestaan en daaruit is uiteindelijk in ’58 EFC ontstaan. Bij ons thuis op “De Zolder” kwamen juist veel van die oudere voetballers. Op Ep Knoppert en Joop van Zoelen en misschien nog een paar na is dat elftal enbloc opgestapt. Mijn vader ging ook mee en is wat later wel op zijn schreden terug gekomen met nog weer een paar anderen. Toen mijn vader eerst mee ging naar EFC, moesten Hiebo en ik ook van DVS, maar dat weigerden we. Die wrijving tussen DVS en EFC heeft heel lang bestaan, voordat beide clubs weer on speaking terms raakten.”

Uitstapje vanwege werk naar CJV’ers
Joop Bakker bracht het nog tot speler van het eerste elftal onder de trainers Hoogland, Bert Wouterse en De Vente, voordat hij kort na zijn trouwen in ’69 voor zijn werk zijn geboortedorp verliet. Zijn rayon besloeg Midden- en Oost-Nederland: ”Voordat ik verhuisde, heb ik nog twee jaar in het eerste gespeeld. Na mijn trouwen ben ik eind ’69 verhuisd naar Deventer, vanwege mijn functie bij Buurman-Tetteroo, een papiergroothandel, en ik zou als commerciële man het oosten het en midden van het land gaan doen. Na nog een half seizoen ben ik naar Deventer gegaan. Naar CJV’ers. Daar heb ik ook nog drie jaar in het eerste gespeeld in de 4e klasse. Er was daar maar één zaterdagclub; niet dat ik principieel tegen zondagvoetbal was, maar ik was nooit anders gewend, dan dat voetballen op zaterdag was. En dan kon ik op zondag nog bij Go Ahead kijken. Ik heb bij die club wel een goede tijd gehad, een heel familiaire club, maar dat wist ik natuurlijk nog niet, voordat ik er naartoe ging. Ik heb daar ook nog goede vriendschappen gehad, die nu wel wat verwaterd zijn. Dat was van huis uit ook een christelijke vereniging. Die paar jaar, dat ik bij CJV’ers voetbalde, liet ik me bij DVS niet meer zien, omdat ik het jammer vond, dat ik hier niet meer speelde. Ik weet nog, dat we een keer tegen DVS oefenden, dat voetballend veel beter was met jongens als Jan Bonenstroo, Gerrit Doppenberg, (Jan Varkevisser, Bert Dekker, Jacob Vroegop), Jan van de Vlis en zo. Ik zei toen tegen die jongens van CJV’ers, dat we niet moesten gaan aanvallen, maar zo rond de zestien verdedigen en er af en toe eens uit zien te komen. We hebben ook niet verloren. Dat heb ik toen zo’n drie jaar gedaan, maar DVS en Ermelo, in die volgorde, bleef erg trekken en mijn rol bij dat bedrijf werd ook meer landelijk, dus kon ik net zo goed teruggaan. We hadden toen ook al één dochter, Annemieke. Karin, onze jongste dochter is in januari ’74 geboren in Ermelo.”

Joop Bakker voetbalde voor zijn vertrek naar CJV’ers ruim twee seizoen in het eerste elftal. Hier staat hij zevende vanaf links

Terug in Ermelo
Na een korte periode in het eerste werd Joop Bakker ook als voetballer weer herenigd met zijn broer Hiebo: ”Toen ik weer terug kwam, heb ik nog even in het eerste gespeeld; de uitwedstrijd tegen DOSC in Den Dolder was weer mijn eerste wedstrijd. Dat was net in de periode, dat Gerard Dijkhuis doorbrak in het eerste. Ik weet niet, of Geerling er toen al bijzat. Toen heb ik nog een jaar met Hiebo in het tweede gespeeld en waren we centrale verdedigers. We waren allebei zo traag als het maar kon, maar een tegenstander moest maar om ons heen zien te komen. Dat is ook mijn laatste voetbaljaar geweest.”

Joop Bakker en zijn broer Hiebo; beiden zeer verdienstelijk voor DVS, maar de één wat meer op de voorgrond dan de ander

Jonge voorzitter omringd door ervaren bestuurders
Het jaar erop begon Joop Bakker zijn bestuurlijke loopbaan bij DVS. Hoewel hij nadien altijd een prominente rol in de vereniging heeft gespeeld, zag hij zich zelf niet als verdienstelijker voor de club dan Hiebo: ”DVS heeft dus altijd een rol gespeeld in ons gezinsleven. Het is ook nauwelijks uit te leggen, hoe zeer wij bij DVS betrokken zijn. Hiebo is een heel andere persoon dan ik; hij treedt ook niet zo op de voorgrond. Als er één iemand in hart en nieren DVS’er is, is hij dat wel. Hiebo was altijd een doener en ik ben later bestuurder geworden. Je kan hem ook nog letterlijk voor DVS z’n bed uithalen, want hij zit ook nog op het alarm. Ik kan me ook niet anders heugen, dan dat hij altijd vrijwilligerswerk bij DVS heeft gedaan. In de jeugd, maar ook als elftalleider van het eerste, het tweede. Ik ben pas vrijwilliger geworden, nadat ik terugkwam in Ermelo.

Toen ben ik, eerst door Rein Kok, gevraagd voor het bestuur en heb ik als wedstrijdsecretaris de lagere senioren gedaan. De uitnodigingen voor de wedstrijd werden toen nog per kaart gedaan. En als je dan op het laatste moment op zaterdagmorgen nog afzeggingen kreeg, dan rende je je gek om er nog spelers bij te krijgen. Er moest altijd gevoetbald worden, want je kon het niet maken om af te zeggen, omdat er geen spelers genoeg waren. Ik heb dat samen met Rein gedaan en dat was een geweldige tijd. Ik hield ook alles bij. Als ik in de kantine kwam, ging ik altijd alle tafels langs, hield de uitslagen en de standen bij. Later werd dat wel veel moeilijker, toen de club groter werd.

Dat heb ik maar één jaar gedaan en hadden we geen voorzitter meer. Van Bochove had het na Gert Klaassen maar heel kort gedaan en we konden geen opvolger vinden. Niemand wilde het doen en toen heb ik het uit armoe maar gedaan. Ik was toen 31 of zo. Ik wist totaal niet, waar ik aan begon, maar ik had wel oudere mensen in het bestuur om me heen. Dat houdt-ie geen maand vol, werd er wel gezegd, maar als je goede mensen om je heen hebt, zoals Jan Termaat, Joop van ’t Land, Richte Tromp, Piet van de Berge, Hendriks, Rein en Rita Kok, dan lukt het wel. Richte Tromp was al de hele periode van Gert Klaassen secretaris en daarvoor ook al onder ‘Zwarte Willem’ (Kamphorst). Hij is er ook mijn hele periode bij geweest en nog een paar jaar onder Bé Wolfs, die mij in ’85 weer opvolgde. Hij had het hart op de tong. Met hem ben ik ook begonnen om op oudejaarsdag onze ronde te maken over het kerkhof langs de overleden DVS’ers. Dat hebben we tot zijn dood samen gedaan en doen we nog steeds met enkele anderen. We zijn ook vrienden geweest en gingen samen op vakantie. We voelden elkaar ook feilloos aan in het geven van voorzetjes en inkoppen. We konden blind varen op elkaar.


Nog een jonge Joop Bakker in zijn eerste periode als voorzitter

We hebben in al die jaren wel een goed bestuur gehad. Ik heb ook altijd draagvlak gezocht, voordat ik ergens mee kwam. Dan zocht ik ook wel steun bij mensen buiten het bestuur, die invloed hadden in de vereniging. Gert Klaassen was zo’n figuur; hij was altijd buitengewoon loyaal aan de vereniging en hij stond ergens voor. Mijn voorzitter was altijd Gert Klaassen. Die man kwam voort uit de club, maar ook een Gert Spijker, later mijn opvolger, snapte goed, hoe de vereniging in elkaar stak. Van mensen zoals Gert Klaassen heb je ook maar een man of vijf nodig in de club en dan weet je het wel.”

DVS-gevoel
Joop Bakker heeft zich altijd met ziel en zaligheid in de vereniging gegeven. Vraag hem naar het DVS-gevoel en hij geeft aan, dat daar geen definitie voor te geven is. Wel wordt duidelijk, dat de ‘V’ van vereniging of verbinden daarin centraal staat:


Collage; Onder Joop Bakker met pet op

”Je kan wel theatraal zeggen, dat DVS een grote familie is. Het is wel samengeraapt, waarbij er één groot bindmiddel is. Dat heb ik ook het meest ervaren bij begrafenissen. Niemand mist je, als je niet op de bruiloft komt, maar wel op een begrafenis. Dat heb ik nooit voor de schijn gedaan, maar omdat ik dat voor mijn gevoel moest doen. Als ik mensen in de narigheid zie, wat dat ook was, dan liep ik daar nooit omheen. Dan maak je een praatje. Ook als ik wist, dat het bij iemand thuis slecht ging, praatte ik daar met die persoon over. Ook in mijn optiek is DVS een hele lastige vereniging, maar daar ben ik zelf ook een onderdeel van. Als mij iets niet zint, ben ik ook heel lastig. Vroeg of laat overwint dan toch weer het DVS-gevoel; dan zijn we toch weer allemaal één. In mijn ogen zijn de beste voorzitters ook degenen, die uit de club zijn voortgekomen. Die snappen het beste, hoe de vereniging in elkaar zit, wat de cultuur is. Die snappen ook, dat het geen erebaantje is, want je krijgt makkelijker kritiek dan eer.

We hebben nu heel veel bestuurlijke kwaliteit en er zijn in de vereniging ook heel veel goed opgeleide jongens, die nog heel waardevol voor de club kunnen zijn. Die laten soms weer hun maatschappelijke carrière voorgaan. Dat is anders dan vroeger; ik had het ook nooit zo kunnen doen, als mijn vrouw Greet er niet zo achter stond. Hoeveel ben ik niet weggeweest voor DVS. Daar ben ik niet trots op, want mijn vrouw heeft veel meer aan de opvoeding van mijn twee dochters gedaan, dan ik heb gedaan. Ik heb ook het geluk, dat ik mijn werktijden zelf kon indienen. Ik heb ook heel hard gewerkt. Toch ben ik daarnaast DVS blijven doen. Dat gaat ten koste van de tijd voor je thuissituatie. Vanaf de eerste dag heeft Greet mij daarin geen strobreed in de weg gelegd. Ook al beloofde ik om eens op tijd thuis te zijn en dat dan weer niet waarmaakte. Negen van de tien keer heb ik de intentie om op tijd thuis te zijn niet waargemaakt. Na een feestavond bij DVS kon ik nooit zomaar direct weggaan zonder even te helpen. Ik was ook voorzitter van die vrijwilligers, dus moest ik ook helpen.”

Als voorzitter voor prestatievoetbal
Joop Bakker hield drie periodes de voorzittershamer vast; van ’76 tot en met ’85 (met negen jaar de langste periode ooit van een voorzitter bij DVS), ’97-’98 en van ’07 tot en met ’11. Hoewel hij er bij zijn eerste termijn min of meer inviel, had hij nog niet een bepaald beleid voor ogen. DVS liet het in prestatief opzicht in de 60-er en 70-er jaren afweten ten opzichte van de grote clubs uit de omgeving. De toen nog relatief jonge voorzitter maakteer beleid van om het prestatief voetbal omhoog te brengen, zonder dat dat ten koste ging van het karakter van de vereniging: ”We hebben mooie kampioenschappen mee gemaakt, maar ook kloterige degradaties. Maar DVS bleef dezelfde club. Ik sprak daar laatst ook over met Jan Lankreijer en dat is een echte vriend van me geworden. Hij heeft bij heel veel verenigingen gezeten, maar hij kwam bij DVS het liefst, omdat hij daar een warm gevoel bij had.

Beleidsmatig had ik in het begin nog niet een bepaald beleid voor ogen, maar ik wist wel, waar ik met de club heen wilde. Ik ben in principe steeds voor prestatievoetbal gegaan. DVS was was altijd al de vereniging, waar het jeugd- en het recreatievoetbal heel belangrijk was en voor mij kon dat heel goed samen met prestatievoetbal.

Het is een heel aantal jaren geweest, dat DVS goede voetballers had, maar dat het meer om het spel ging dan om de knikkers. Jan Bonestroo was daar wel het mooiste voorbeeld van. Hij zat eerst op EFC, maar met een paar man hebben we hem naar DVS gehaald. We vonden hem heel erg goed. Hij is ook nooit meer weg gegaan. Een geweldige voetballer. Als hij de ambitie had gehad, was hij in het betaald voetbal terecht gekomen. Hij werd ook gevolgd vanuit het betaald voetbal. Dan wist hij, dat profclub Blauw-Wit uit Amsterdam belangstelling had en dat er mensen van die club langs de lijn stonden, maar dan deed hij er die middag niks aan. Daar had hij allemaal geen zin in. Ik heb nog altijd iets heel aparts met hem, maar dat heb ik met Aart van Nijhuis ook.


“Een club zonder historie is als een huis zonder fundering. Dat stort vroeg of laat in. Historie houdt de club ook op de been”. Vond Joop Bakker altijd en spande zich ook erg in om tijdens jubilea de oudste nog levende leden samen te brengen. Hier de reünie van 1983.

Van dat prestatievoetbal heb ik wel mijn beleid gemaakt. Het eerste elftal is het belangrijkste van je vereniging. Voor de buitenwereld bepaalt het eerste elftal het beeld van de vereniging. Misschien niet altijd terecht, maar dat is wel zo. Als je als club ook geen ambities uitstraalt en je wilt alleen een vereniging zijn voor de opvang van de jeugd en voor de recreatieve voetballer, is dat prima, maar dan kom je als club nooit verder dan leuke activiteiten. Ik heb zelf altijd gevonden, dat er een drive achter moet zitten van prestatie. We zijn altijd wel een vereniging geweest, waar alles goed georganiseerd was en dat maakt DVS ook een heel plezierige club. En er staan ook altijd in alle geledingen weer mensen op, die daar de leiding in nemen. Dat is ook wel het mooie van DVS. Dat ziet de buitenwereld ook, ook met een geweldige accommodatie met alles erop en eraan. Dat maakt je ook wel trots op je club. Maar ik zeg ook, als het zesde of het achtste elftal denkt, dat ze dezelfde privileges moeten hebben als het eerste, dan gaat het mis. Je zag bij DVS ook een volle kantine in de periodes, dat het prestatief niet goed ging met het eerste elftal. Als de kantine vol zit tijdens een thuiswedstrijd van je eerste elftal, klopt er iets niet.

De uitvoering van dat beleid betrof nog niet het halen van spelers van buitenaf, maar met het aantrekken van een trainer, die beleving in de A-selectie kon brengen. Dat was in al die jaren daarvoor niet gelukt: ”Voor de komst van Jan Lankreijer is de grote schoonmaak onder De Vente begonnen. Dat was in mijn eerste jaar als voorzitter. Voor een uitwedstrijd ging er nog maar een man of drie mee en stonden er bij thuiswedstrijden meer mensen bij de A1 te kijken dan bij het eerste. Het was een dooie boel toen.

Kampioenschap van ’79 het mooiste
Jan Lankreijer zat bij SDC Putten, dat onder hem promoveerde naar de 1e klasse, maar die club wilde niet met hem verder. Hij zou niet genoeg zijn voor de 1e klasse. Dat krenkte zijn ego, want hij had in Putten wel door willen gaan. Toen hebben wij hem opgebeld en zijn Tromp en ik, zonder dat een ander bestuurslid daar wat van af wist, een gesprek met hem aangegaan en hebben we hem (eerst) voor een jaar vastgelegd. Dat zijn met Jan Lankreijer toch hele leuke jaren geweest. Hij kon als geen ander de zaak motiveren. Hij was in mijn ogen ook degene, die het best de nummers twaalf, dertien en veertien kon motiveren. Dat zijn vaak teleurgestelde spelers, die hij zo bij de selectie hield. Hij kon ook goed omgaan met moeilijke spelers. Dick Tool, was er zo een, maar hij deed wel alle moeite om hem erbij te houden. En dat op een manier, dat hij de andere spelers liet zien, waarom hij dat deed. Hij maakte van jonge, talentvolle spelers als Jan Toes, Jacob Vlam, Ferdi Licher echt een team. Daarom vond ik Jan Lankreijer zo’n goede trainer.


Huldiging op het gemeentehuis na het kampioenschap in ’80 op het gemeentehuis. Hier Joop Bakker met zijn dochters Annemieke en Karin en burgemeester E.Ph. Veen

Ik waag me er niet aan om te zeggen, wie bij DVS de beste trainer is geweest. De beste trainers vind ik diegenen, die optimaal uit een spelersgroep halen, wat erin zit. Voetbaltechnisch zullen we daarna nog wel betere gehad hebben. Er zijn er ook niet veel, die dat na Lankreijer nog voor elkaar gekregen hebben. Fred Prins was er ook zo een, maar die had dan wel weer de betere voetballers.”

Onder Jan Lankreijer kwam die beleving er ook weer. Na lange tijd (’63) zou DVS weer kampioenschappen en nog eens twee promoties meemaken, waarvan vier kampioenschappen gedurende het voorzitterschap van Joop Bakker. De mooiste titel: ”Het eerste kampioenschap in mijn eerste periode als voorzitter was voor mij ook het hoogtepunt. Dat was het kampioenschap in ’79 bij Montfoort, toen we met 1-2 wonnen. We werden weer kampioen na zestien jaar, nadat we zelfs in ‘77 gedegradeerd waren naar de 4e klasse. Bij dat kampioenschap zat de meeste beleving; die hele entourage met die Tapsite. Die is toen ontstaan. Jan Lankreijer was voor het eerste jaar trainer. De kantine was bij terugkomst barstensvol, mensen stonden op de tafels en er was geen houden meer aan. Dat was een geweldig feest. Je was die middag nog afhankelijk van de uitslag tussen EDO en Jonathan. Die wedstrijd werd gelijktijdig in Utrecht gespeeld. Van de tweede helft van DVS tegen Montfoort heb ik helemaal niets meer gezien, omdat ik in de kantine continu aan de telefoon zat met EDO om daar de stand te horen. Die wedstrijd duurde een paar minuten langer dan die bij ons en kon ik aangeven, dat het was afgelopen. Dat was een groot feest. Met Jan Lankreijer zijn we ook voor de twee keer achter elkaar kampioen geworden met die beslissingswedstrijd tegen Valleivogels in Soest en zijn we met hem ook naar de 2e klasse gegaan. Daaruit zijn we ook direct weer gedegradeerd en haalde IJsselmeervogels hem bij ons weg.”

Voor het eerst kwam DVS in de 2e klasse uit. Het succes van dat prestatievoetbal was nog van korte duur, want DVS degradeerde, nadat het eerst in een nacompetitie met VVOP en Valleivogels nog naast het kampioenschap greep, in het jubileumjaar 1983: ”Twee jaar daarop kreeg ik nog op m’n donder, toen we in het jubileumjaar weer degradeerden, want ik noemde het een jubileum met een zwart randje. Dat had ik niet mogen zeggen, maar Ik was heel gedreven in dat prestatieve gedeelte. Dat is altijd wel zo gebleven.”

Het kampioenschap van ’85 in het laatste bestuursjaar van Joop Bakker in zijn eerste periode was dan wel niet het mooiste, maar daarmee zette DVS wel de stap naar de top

Tweespalt om het halen van spelers
Kenmerkend voor die periode was, dat er nog geen sprake was van het aantrekken van spelers van buitenaf. Dat de degradatie in dat jubileumjaar het gevolg was van competitievervalsing, was des te moeilijker te verteren. Joop Bakker schreef toen ook in het verenigingsorgaan ‘De Klok’, dat spelers van het failliete SC Amersfoort ineens voor een zak aardappels die beregezellige club in Amsterdam hadden ontdekt (VVGA). Daarmee handhaafden de Amsterdamse gemeenteambtenaren zich in de 3e klasse ten koste van de Ermeloërs. Het gaf goed aan, hoe men in die tijd over het actief aantrekken van spelers dacht: ”Het aantrekken van spelers was in die tijd ook minimaal. Dat soort competitievervalsing heb je nu ook nog met WKE en clubs met geld, die onderaan staan als een gek spelers kopen en daarmee andere clubs duperen. Het halen van spelers is ook met Peter van Beek en Cees van Panhuis vanaf ’85 gaan spelen. Daarover hebben we in de vereniging ook nog heel wat strijd gehad. Je had toen een combinatie van een lichting eigen spelers, die erg goed was, met spelers van PEC Zwolle. Ik zat toen al niet meer in het bestuur, maar ik had het idee, dat het bestuur daar toen ook weinig vat op had. Dat gebeurde een beetje in de wandelgangen.”

Desalniettemin kwam het aantrekken van spelers, zij het buiten de vereniging om, toch ook steeds meer in zwang: ”Je kan er van vinden, wat je wilt, maar met die spelers begon de vereniging wel weer op te bloeien. Toen ging er ook weer een hoop volk bij het eerste kijken. Succes trekt altijd en als de sfeer rond het eerste beter is, gaat het in de hele vereniging beter. Daarom is het ook altijd wel goed geweest voor de club, als er zo’n impuls kwam. We hebben als vereniging wel heel lang gedacht, dat het niet zo hoorde. Dat heeft ons ook wel op achterstand gezet. We zijn wat dat betreft niet alleen een mooie vereniging, maar ook een eigenwijze. Er zijn ook mensen geweest, die dachten, dat we met alleen spelers uit de eigen opleiding hoger konden spelen. Dat bleek niet zo te zijn; toen niet en nu ook niet.

Die hele affaire heeft toen ook wel beschadigingen opgeleverd. Dat was een rottijd, waarin sommige mensen elkaar niet spraken of elkaar vermeden. Toch is de boel uiteindelijk wel weer bij elkaar gekomen. Het punt waar het omdraaide was, dat eigen goede spelers zouden vertrekken, als je niet meeging daarin. Dan raak je aan alle kanten achterop. Je raakt je eigen beste, ambitieuze spelers kwijt, want dan rooft de omgeving je wel leeg. Maar als jij als club blijft hangen in de 2e klasse of zo, krijgen jouw eigen jeugdspelers ook niet de ambitie om bij DVS te blijven spelen. Dan zakt alles terug, dus je hebt heel weinig te kiezen daarin. Neem VVOP, wat vroeger een behoorlijke club was met goede spelers; die heeft het wat dat betreft helemaal laten afweten en heeft later prestatief weinig meer laten zien.”

Met Zwolse spelers en eigen talenten naar de top
De ‘Zwolse Coup’, waarin gelouterde profs van PEC Zwolle (Klaas Drost en Gerard van Moorst) en talentvolle jeugdspelers, die van DVS naar die BVO waren gegaan (Bennie Dekker, Steven van den Brink, Bert van Hunenstijn), in Ermelo kwamen voetballen. Daarmee werd voor het eerst in de historie het hoogste platform in het zaterdagvoetbal bereikt. Een status, die DVS twee seizoenen kon volhouden, waarna de geelzwarten het zonder de broodvoetballers moest doen. De Ermelose club kwam geheel onverwacht in een jaar terug in de hoogste klasse: ”Bertus van Nieuwenhuizen en Geerling Hamstra zijn wel de beste voetballers van DVS ooit, maar die werden wel heel kort gevolgd door Mattias Visser. Die heeft alleen nooit voldoende ambitie gehad, maar dat was een geweldige voetballer met die kapbeweging van ‘m. Fred Prins heeft ook alles uit zijn spelersgroep gehaald. DVS werd toen wel gezien als een luizenploeg, maar we hadden zo’n goede voorhoede met Dekker, Visser, Steven van den Brink en ook nog Bert Meiling. Die konden doelpunten maken. We hadden altijd veel spelers achter de bal, maar als we er eenmaal doorheen kwamen, waren we weg ook. Toen hadden we voor dat voetbal wel een heel goed elftal.”

Het zorgde vanaf ’91 voor de langst aaneen gesloten periode van DVS in de 1e klasse (die na de degradatie in ’96 Hoofdklasse ging heten). Daarna was het vallen en opstaan voor DVS: ” Met Peter van Beek en Cees van Panhuis was het wel heel kortetermijnwerk. Daarom is de businessclub ook opgericht, waarin continuïteit ook heel belangrijk werd. Ook dat had in de vereniging nog wel heel veel weerstand, maar is de acceptatie heel langzamerhand ook wel gekomen. We hebben nu ook in principe contracten met spelers voor drie jaar.


Het kampioenschap van ’98 was de vierde naar de hoogste klasse, maar een stabiele club op dat niveau was DVS nog niet. Hier op de rug trainer Eric Vreekamp, elftalleider Gerbrand Bosch, aanvoerder Detlef Legrand en crisismanager Joop Bakker.

Maar we wilden als vereniging ook aantrekkelijk zijn voor talentvolle spelers uit de regio. Daar zijn we mee gestopt, maar daardoor is de kwaliteit in de jeugdopleiding wel weer teruggelopen. Dat heeft niet meer zo’n niveau als een vier, vijf jaar geleden.

In dat stabiliseren van die prestaties hebben we ook heel veel energie in gestoken. De bekroning daarvan was afgelopen seizoen op Urk, toen we kampioen van de Hoofdklasse C werden.”

Het prestatieve voetbal heeft inmiddels zijn beslag gekregen bij DVS en het recreatievoetbal, zowel bij de jeugd als bij de senioren, heeft daar niet onder geleden. Joop Bakker had zijn eerste periode toen al afgesloten: ”Na negen jaar voorzitterschap was de pijp een beetje leeg. De rede zei, dat ik ermee op moest houden, maar voor mijn gevoel kon ik niet loslaten. In het herinneringsboek had Joop van ’t Land een tekening gemaakt van een man, die vanaf de kantine naar de weg liep met het onderschrift ‘er is een DVS’er heen gegaan’.”

Interimvoorzitter
Toch nam hij de hamer in ’97 weer ter hand na een bestuurscrisis. Als interim slaagde hij erin om voor dat eerste jaar ervaren oud-bestuurders met een DVS-hart te mobiliseren en weer toe te werken naar een stabiel bestuur: ”Dat was een heel lastig jaar en ik ben er toen ingesprongen om het weer in het gareel te krijgen. Een man of twee, drie was niet opgestapt uit het bestuur.”

Na een jaar nam Nico Ligthart het van hem over. Na zijn eerste periode trok Joop Bakker onder het voorzitterschap van Gert Spijker nog wel de kar voor de grote verloting, die de club 110.000 gulden opleverde. Ook voor zijn derde periode stond hij niet te popelen om weer voorzitter te worden, maar de vereniging verkeerde in zware financiële problemen: ”Er is ook weer een periode geweest, dat het niet goed ging met de vereniging met financiële problemen en weinig controle. Geerling Hamstra is toen nog voor een jaar voorzitter geweest, hoewel ik het hem nog afgeraden had. Hij heeft het wel gedaan en ik heb hem daarna wel geholpen. We hebben Ronald van de Beek, een geweldig bestuurslid, en Wolter Oddink bij het bestuur gehaald.

Hier ontvangt Joop Bakker de bloemen na zijn huldiging als erelid door toenmalege voorzitter Gert Spijker.

Derde periode als voorzitter de mooiste
De derde periode vond ik wel de mooiste, omdat er toen veel wezenlijks te doen was. Er moesten grote financiële problemen opgelost worden en er moest gebouwd gaan worden. Geerling had al aangeven, dat hij het niet langer dan een jaar zou doen. We kregen bij onze aanpak ook wel veel weerstand en we hebben veel impopulaire maatregelen genomen. Ik was toen ook net gestopt met werken ben die hele lijst met wanbetalers afgegaan. Die heb ik allemaal persoonlijk opgezocht. Dan zie je ook de omstandigheden, waarin sommigen leefden, maar die contributieachterstanden moesten wel ingehaald worden. Dat betekende betalingsregelingen zien te krijgen door bij de gemeenten of bij fondsen aan te kloppen. We hebben dat binnen een jaar aanzienlijk terug kunnen brengen. Daarna kwam dat hele gedoe met het verhuizen van het sportpark. Maar hoe langer ik voorzitter was, zowel in mijn eerste- als in mijn derde periode, ging ik de vereniging ook voor extern vertegenwoordigen. Ik word ook door veel mensen in Ermelo gekenmerkt als gezicht van DVS. Dat zal ook wel tot mijn einde toe zo blijven.


Moment van ontspanning; hier Joop Bakker samen met erelid Toon Driessen

Die verhuizing heeft wel de meeste tijd gekost van die laatste vier jaar. We hebben ons ook altijd positief opgesteld in die plannen van de gemeente. Bewust, hoewel we helemaal niet wegwilden van de Sportlaan. Ik ben ook heel blij met die opstelling, want het heeft ons heel veel opgeleverd, toen de gemeente zelf de stekker uit die plannen trok. Dat bracht ons in een positie, waar we een hoop uit konden halen. In die onderhandelingen zal ik best wel een lastpost geweest zijn voor de gemeente. Maar als ik vond, dat het zo moest, zou het zo gebeuren ook. Daar zat een hele grote uitdaging in en ik was ook blij, dat het gelukt is. Toen alles achter de rug was, moest ik er ook als voorzitter mee stoppen. Dat was in 2011. Het werd nu weer een aantal jaren op de winkel passen, dan dat er weer grote activiteiten kwamen. Juist het aanpakken van grote dingen of lastige situaties heeft me altijd het meest getrokken.

Ook na het stoppen met werken ging al mijn tijd op in DVS, maar dat heb ik nooit als straf ervaren. Dan ging ik na het weekend naar de maandagmorgenploeg en toen de kunstgrasvelden aangelegd werden, liep ik er alle dagen. Ik heb niks alleen gedaan, maar altijd met een groep mensen.

Stabilisering prestatievoetbal via Businessclub
Zijn inspanningen voor DVS hielden niet op, nadat hij in ’11 stopte als voorzitter. Het jaar ook, waarin Joop Bakker na zijn erelidmaatschap in benoemd werd tot erevoorzitter van de vereniging. Om het prestatiegericht voetbal verder te stabiliseren was de businessclub opgericht: ”Ik ben eerst als afgevaardigde van het bestuur in de businessclub gaan zitten. Toen Jan Schuurman er drie jaar geleden als voorzitter mee stopte, heb ik dat overgenomen. Ik heb altijd in de zakenwereld gezeten en dat heeft me ook altijd getrokken. Ik deed ook altijd al wat voor de Bedrijvenkring Ermelo. In de tijd, dat ik niet meer werkte, haalde ik zo ook wel nieuwe leden binnen en dat kon ik voortzetten in de businessclub van DVS. Bij sommige businessclubs zie ik soms zo weinig leden komen, dat het zonde is om je geld er in te steken. Dat is bij ons anders. Wij hebben daarin ook de goede weg gekozen. We hebben eerst de boel in orde gemaakt; zorgen dat je een goede accommodatie daarvoor hebt staan en dan pas ga je aan de slag. En niet zoals bij sommige clubs, dat je eerst van alles gaat roepen en alles daarna pas moet gebeuren. Dan roep je te vroeg. Dat succes is ook goed meetbaar, want we zijn van zo’n zestig sponsors naar honderdtachtig gegaan. Er zijn ook veel bedrijven uit Harderwijk, die sponsor bij ons zijn geworden. En je kan wel een paar heel grote sponsors halen, en die zijn natuurlijk ook heel erg welkom, maar wij hebben in principe liever tien sponsors van elk 2000 euro, dan één grote van 20.000. Dan ben je minder kwetsbaar. We hebben als businessclub een goed convenant met de vereniging. Aart Goosensen zit als voorzitter van de vereniging ook in het bestuur van de BC, zodat je geen ruis op de lijn hebt. Je praat met elkaar en je hebt hetzelfde belang. Dat werkt met hem geweldig goed. Dat komt ook, doordat er in het bestuur van de BC echte voetbaldieren zitten, zoals Geerling Hamstra, Hielke Sietsma, Tineke Weeren, de dochter van Harry van de Weijer, die uit de club voortkwamen. Ook een Martijn Hoelscher en Bonnie Wopereis zijn erg betrokken. Die verbondenheid zit er wel in. Je hebt ook niets aan bestuursleden van een businessclub, die niet staan te juichen, als DVS scoort.”

Foto Henk Merjenburgh Onderschrift: Joop Bakker brengt zijn mogelijk laatste bezoek aan een wedstrijd van DVS, thuis tegen ONS. Hier met kleinzoon en naast hem Gert Spijker en Geerling Hamstra.

Trots op DVS’33 Ermelo
Zijn beleid, het zij als voorzitter of als lid en voorzitter van de businessclub, kreeg de bekroning in de promotie naar de Topklasse. Vraag Joop Bakker, waar hij het meest trots op is, en hij geeft met pretoogjes aan: ”Waar ik het meest trots op ben, is dat de naam sv DVS’33 is gewijzigd in DVS’33 Ermelo. Dat sv werkt al niet meer, maar wij promoten als vereniging wel Ermelo. Daarom vond ik die toevoeging zo leuk. Dan geniet ik ervan, als ik in een landelijk dagblad bij de standen DVS'33 Ermelo zie staan.”

De vereniging is altijd het belangrijkste
Naast DVS was Joop Bakker ook betrokken bij de lokale politiek, waar hij voor het CDA in de commissie voor de voordrachten van raadsleden zat, maar ambities om zelf de politiek in te gaan, had hij niet. Ook zat hij tijdens een bestuursperiode nog in de scheidsrechterscommissie van de Afdeling Utrecht, die tot de reorganisatie ’96 van de KNVB nog bestond. Externe contacten trokken hem. De meeste energie besteedde het gevoelsmens echter aan zijn geliefde club en deed dat op zijn eigen wijze: ”De vereniging is altijd het belangrijkste en als mensen zichzelf belangrijker vinden dan de club, gaat het niet goed. Als je dat maar vasthoudt. Ik ben ook wel emotioneel. Richte Tromp zei ook altijd: Jouw emotionaliteit is zowel je sterkte als je zwakte. Er zullen ook wel mensen zijn, die een hekel aan mij hebben, maar ik heb er ook veel hechte vriendschappen aan overgehouden. Bij DVS zijn Geerling en Gert Spijker mijn grootste vrienden.” Gert Klaassen sprak hem als voorzitter het meest aan vanwege zijn betrokkenheid voor de club; temeer omdat hij uit de vereniging voortkwam. Het doet Joop Bakker daarom deugd, dat nu iemand als Aart Goossensen, die hij nog als jeugdvoetballertje de bal zag hooghouden, nu als preses aan het roer van de club staat.

Veel terug gekregen van DVS
“Nu ik in deze omstandigheden ben, krijg ik ook nog zoveel mooie reacties van DVS’ers; ook van diegenen, die soms recht tegenover me stonden. Dan kan ik dat soms ook niet met droge ogen lezen. Ik ben me ook nooit zo bewust geweest van hoe men tegen je aankeek. Daar heb ik nooit zo bij stil gestaan. Ik merk, dat ik in mijn huidige omstandigheden ook heel veel terugkrijg.

“Het is ook altijd weer de club, die het wint; DVS wint het altijd van mij”, waarmee Joop Bakker nooit anders kon dan aan zijn diepgewortelde betrokkenheid met de club toe te geven. Altijd met een groot DVS-hart in de vaste overtuiging, dat hij het beste voor de vereniging wilde.


Voor zijn vele verdiensten voor de vereniging werd Joop Bakker in 2011 benoemd tot Erevoorzitter van DVS’33 Ermelo. Hier overhandigt oud-voorzitter Gert Klaassen hem het bijbehorende insigne