• DVS-TV & DVS-Video

  • Top-en Hoofdsponsors
  • Eerstvolgende wedstrijd
  • Verenigingsponsors
  • Snelkoppelingen
  • Maatschappelijk Partner
  • #WijZijnDVS

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!

Nunspeet

Waarom wel een hoofdstuk wijden aan de derby’s van DVS met Nunspeet en bijvoorbeeld niet met Nijkerkse- of Barneveldse clubs. Dat is simpel. Het dorp Nunspeet ligt niet dichterbij Ermelo dan de andere genoemde plaatsen, maar behoorde tot 1972 wel tot de gemeente Ermelo, evenals de andere dorpen in de huidige gemeente Nunspeet; Hulshorst, Vierhouten en Elspeet. Dat gebied van die oude gemeente strekte zich uit van Groevenbeek tot voorbij Nunspeet.
Vanuit het oudere Ermelo begon de kerstening (bekering van de heidenen tot het christendom) aan het begin van de elfde eeuw en toen later de grenzen van het burgerlijk gezag moesten worden vastgesteld, vielen die samen met die van het kerkelijk gezag. Waren de notabelen al eerder uit het dorp met de moederkerk weggetrokken naar Harderwijk, na het verkrijgen van stadsrechten in 1231 werd die plaats onafhankelijk van Ermelo. De notabelen trokken toen door naar Nunspeet, dat daarmee al ver voor de invoering van de gemeentewet de hoofdplaats van de gemeente werd. Met de gemeentewet kwam het gemeentehuis in Nunspeet en werd daarmee het bestuurlijk centrum van de gemeente Ermelo en bleef dat tot de splitsing in ’72 ondanks heftige debatten in de decennia daarvoor en kwam er een einde aan anderhalve eeuw spanningen tussen de twee dorpen. De hegemonie van Nunspeet stak in Ermelo, dat zich ook achtergesteld voelde. Toen de noorderlijker gelegen plaats wel straatlantaarns kreeg, sprak men daar over Ermelo als ‘het donkere dorp’ en als de gemeenteraad vergaderde, beurtelings in het gemeentehuis te Nunspeet en “Het Volksbelang” in Ermelo, sprak men denigrerend over ‘die kroeg’.
Het mag duidelijk zijn; de rivaliteit tussen de twee plaatsen was groter dan tegenwoordig, waar het nu goede buren zijn. Bovendien staan de beide dorpen eigenlijk met de ruggen naar elkaar toe; Nunspeet, had de blik al meer gericht op Zwolle, terwijl men in Ermelo meer op Amersfoort georiënteerd was. Tegen die strijd om de hegemonie tussen de twee gelijkwaardige plaatsen speelden zich de derby’s tussen Ermelo en Nunspeet zich lange tijd af.
 
Oertijd van Ermelo’s en Nunspeets voetbal
Waar in Ermelo in 1901 EVC werd opgericht, had Nunspeet met NVV (van 1910) haar oudste voetbalclub; een zondagclub. Die club was tot ’16 aangesloten bij de Utrechtsche Provinciale Voetbal Bond (UPVB). De aansluiting bij die bond, die toen nog maar alleen op de zondag competities organiseerde, zorgde in maart 1911 voor een voorstel van de Anti Revolutionaire Kiesvereniging, gesteund door de Hervormde- en Gereformeerde kerken, om het voetballen op zondag in de gemeente Ermelo te verbieden. Het gemeentebestuur zag dat echter vooralsnog als de verantwoordelijkheid van de persoon zelf en had hier geen taak in. Wel op het handhaven van de openbare orde, wanneer namelijk de speelwoede zich meester maakt van de jeugdige voetballers en dit overslaat op de enthousiaste toeschouwers. Als verstoring van de openbare orde zich voordoet, is het wel een plicht van de overheid ter bescherming van de burgers. Volgens de verordening in juni van dat jaar werd zodoende binnen de bebouwde kommen in de gemeente Ermelo verboden. Voor NVV gold dat verbod niet, want die club had haar veld buiten het dorp. Bij het toewijzen van een terrein voor een speelveld zouden latere clubs in Ermelo nadrukkelijk moeten aangeven niet op zondag te voetballen.
 
Op 21 mei 1914 was de Nunspeetsche Voetbal Vereniging met 0-2 winnaar van de wedstrijd tegen EVC. In een georganiseerde fietstocht hadden zo’n dertig liefhebbers zich per fiets naar Ermelo begeven, aldus berichtgeving in het Nunspeets Week- en Advertentieblad. Het Overveluwsch Weekblad/De Harderwijker Krant meldde op 15 mei 1915 nog de uitslagen van NVV-EVC (4-1), alsmede de 1-1 tussen het Harderwijkse DOS en Allen Weerbaar uit Ermelo. Vermoedelijk ging het hier om ‘seriewedstrijden’, zoals toernooien genoemd werden.
Waar Allen Weerbaar in 1915 samenging met EVC tot Veluvia, verdween NVV een jaar later van het speelveld, althans de naam verviel bij de Nederlandse Voetbal Bond. De annalen van de vv Nunspeet vermelden nog een actieve NVV tot ’22, toen de gemeente een veld in het dorp toewees, waarop op zondag niet gevoetbald mocht worden. Dat zou het einde van die club betekend hebben. Dat is ook waarschijnlijk, want na de poging om in ’22 een competitie van de Noord Veluwsche Voetbal Bond van de grond te krijgen (eenmalig gelukt), speelde EFC (het vroegere Veluvia) weer vooral vriendschappelijke wedstrijden, onder andere tegen NVV.
 
Volharding en Stormvogels
Lang deed het dorp het niet zonder voetbalclub, want in ’24 werd Volharding opgericht, hoewel competitievoetbal nog niet mogelijk was. Men moest zich dus vooral beperken tot vriendschappelijke wedstrijden en seriewedstrijden. Pas in ’32 werd het voor de club mogelijk om in competitieverband uit te komen, toen deze zich aansloot bij de Christelijke Nederlandse Voetbal Bond (CNVB, opgericht in ’29). En in datzelfde jaar kreeg Volharding er een plaatselijke concurrent bij, toen de bakkers en de slagers zich verzamelden bij De Stormvogels. Ook die club sloot zich aan bij de CNVB, maar trof vooral het tweede elftal van Volharding in de 2e klasse; een niveau lager dan het eerste team van de oudste van de twee. Het kwam nog niet tot een treffen tussen de Ermelose clubs EFC en Ajax en de Nunspeetse verenigingen, die zich in ’32 bij de zaterdagmiddagcompetitie van de UPVB hadden aangesloten. Een seizoen later stapten de twee Ermelose verenigingen, toen al gefuseerd tot DVS’33 over naar de CNVB, maar kwamen uit in de Harderwijkse afdeling en Volharding en Stormvogels in ‘Zwolle’.
 
Zowel DVS als Volharding kenden in de 30-er jaren al successen. Waar de geelzwarten in ’35 kampioen in hun afdeling werden, deden de Nunspeters een jaar later in hun 1e klasse. De Ermeloërs konden echter niet doorstoten naar de finales voor het landelijk kampioenschap van de CNVB, doordat de dubbel tegen de ‘Zwolse’ kampioen CSV’28 geen winnaar opleverde. Na de 7-2 in de Overijsselse hoofdstad werd het op de Veluwe 3-1, wat een beslissingswedstrijd nodig maakte. Die werd gespeeld op het veld van Volharding aan de Molenweg. Helaas voor de geelzwarten trokken de Zwollenaren met 1-2 aan het langste eind. Een jaar later deed Volharding dat beter, door zich te ontdoen van het Zeister GSV en Olympia uit Rotterdam. Stormvogels deed het een klasse lager overigens ook prima, maar verloor wel de beslissingswedstrijd van Sportclub Genemuiden en promoveerde dus niet naar de 1e klasse. De Genemuiders beklaagden zich wel over het veel te harde spel van Stormvogels.
 
Eerste competitiewedstrijden tussen Ermelo en Nunspeet
Na het kampioenschap van DVS in ’35 in de Harderwijkse 1e klasse van de CNVB verhuisden de Ermeloërs naar ‘Zwolle’. Het Harderwijkse HVC hield op te bestaan en daarmee werd Volharding de grootste rivaal. De Nunspeters werden kampioen in ’35-’36. In Ermelo werd het 5-5 en aan de eigen Molenweg won Volharding met 4-3 in de onderlinge ontmoetingen. De clubs waren dus aardig aan elkaar gewaagd.
Met eenmaal thuiswinst (5-3) en een gelijkspel in Nunspeet kroonde DVS zich in ’37 tot kampioen in de 1e klasse afdeling II voor DOSK met Volharding in de middenmoot. Volharding werd dat jaar eveneens kampioen. Dat kon, doordat de club zich zowel in de Afdeling II (Zwolle) als in X (Apeldoorn) had ingeschreven. Daar kwam de hoofdmacht Volharding voor het eerst in competitieverband plaatsgenoot Stormvogels tegen. Nadat de onderlinge competitiewedstrijd in januari 1937 volledig uit de hand liep, is er weinig meer van Stormvogels vernomen. Volgens het orgaan Lichaamsbeweging van 7 februari trok de club zich terug uit de CNVB. Dat verklaart ook, dat er in het seizoen ’36-’37 slechts één competitietreffen van DVS met de tweede club uit Nunspeet was. Die eindigde op 14 november in 2-2, waar de geelzwarten in eerdere oefenwedstrijden nog vaak te sterk was.
 
Na ’37 koos DVS ook voor de afd. X (Apeldoorn) met nieuwe tegenstanders als DETO en Gazelle uit Apeldoorn. In het daaropvolgende seizoen waren de geelzwarten twee keer te sterk voor Volharding (10-1 en 2-3).
 
Scheiding van de clubs na ’40 met rentree in Oost
De fusie van alle voetbalbonden maakte voor zeven seizoenen een einde aan de ontmoetingen tussen Volharding en DVS. De Ermeloërs kwamen vanaf die fusie in ’40 uit in de Afdeling Utrecht en de Nunspeters in Zwolle. Bovendien moest de club haar naam wijzigen van Volharding in vv Nunspeet.
 
De hereniging kwam nog niet in ’46, toen beide clubs uit de afdeling naar de 4e klasse KNVB promoveerde. DVS speelde immers nog twee jaargangen in West 1 en de Nunspeters in Oost. Toen de Ermeloërs daarnaartoe verhuisden kregen de twee grootste dorpen uit de toen nog gemeente Ermelo weer met deze aansprekende derby te maken. De hernieuwde kennismaking verging de geelzwarten (met de beslissingswedstrijd op “Birkhoven” tegen DOVO om de titel) beter dan Nunspeet, dat voorlaatste werd. Daarna eindigden de geelblauwen bovenaan gelijk met WHC en werd DVS vierde. Die plek was overigens voor de Ermeloërs om (na de in Nunspeet gewonnen beslissingswedstrijd tegen Go Ahead K) te promoveren naar de ook in Oost nieuw ingestelde 3e klasse. In ’53 kwam er door de degradatie van Nunspeet opnieuw een onderbreking in deze derbyreeks, wat weer hersteld werd in ’56, toen ook sv Ermelo (dat vanaf ’55 drie jaar onder deze naam voetbalde). De spannende competitie kreeg een prachtige apotheose, omdat dit duel ook de kampioenswedstrijd vormde. De titel ging naar Nunspeet, maar ook de geelzwarten promoveerden.
Nog twee seizoenen hielden de twee clubs elkaar gezelschap in de 3e klasse A in Oost, totdat de geelzwarten in het rampjaar 1958 degradeerden en de beide rivalen elkaar pas weer in ’98 in competitieverband zouden tegenkomen.
 
Hernieuwde kennismaking in Hoofdklasse
Dat had al tien jaar eerder op het hoogste niveau kunnen zijn, ware het niet, dat Nunspeet met de degradatie uit de 1e klasse een langdurige mindere periode zou ingaan. DVS wisselde de Nunspeters in ’88 af op het hoogste podium. In het jaar van de reorganisatie in het amateurvoetbal (’96) waren beide clubs eersteklasser. De Ermeloërs na de degradatie uit de 1e klasse (!) en Nunspeet na het kampioenschap van de 3e klasse (!). De grens tussen de districten hield de twee clubs nog uit elkaar. De nieuwe kennismaking van de twee promovendi in ’98 in de Hoofdklasse duurde nu maar één jaar. Er was twee keer winst voor DVS (thuis 1-0 en uit 1-4) in een seizoen, waarin Nunspeet direct weer degradeerde. De rollen waren omgedraaid in ’02-’03, het seizoen waar de twisten tussen de voormalige gemeentegenoten voor het laatst op het hoogste niveau werden uitgevochten. Met 3-0 in Nunspeet en 0-0 in Ermelo degradeerde DVS weer eens. De geelblauwen bleken tot ’13 veel bestendiger in de Hoofdklasse, hoewel dat vanaf ’10 niet meer het hoogste niveau was. In het enige jaar na de promotie in ‘01, dat de club daar ontbrak, ontmoette het ook weer DVS. Dat zou de degradatie van ’03 pas door de versterkte promotieregeling in ’10 weer goedmaken. Een gesloten Nunspeet keerde in een keer weer terug naar de Hoofdklasse met een 2-1 zege op de eigen “Wiltsangh” en een 1-1 in Ermelo. De hereniging volgde weer in een afgeroomde Hoofdklasse (na de invoering van de Topklasse in ’10) met in drie opeenvolgende seizoenen met een respectievelijke 1-2, 6-0 en 2-0 in Ermelo en 3-0, 3-1 en 2-1 in Nunspeet.
 
Vooralsnog afscheid van een derby
Dat werd het afscheid tussen de twee oude rivalen. Met minder middelen lijkt het er niet op, dat de huidige eersteklasser uit Nunspeet de weg naar de Derde Divisie gaat vinden, terwijl DVS van daaruit eerder omhoog kijkt dan omlaag. Vooralsnog geen rentree van de derby, die wat verbleekt is na de splitsing van de oude gemeente Ermelo.
 
Overige Nunspeetse clubs tegen EFC’58 en FC Horst.
Hulshorst kwam nooit tot een competitietreffen met DVS of zelfs maar een bekerwedstrijd. Wel won die club heel verrassend in augustus 1968 een vriendschappelijke wedstrijd met 4-3. Veertien jaar later deden de roodwitten die verrassing nog eens met 1-0 over. Daarentegen toonden de geelzwarten zich in de voorbereiding van het seizoen ’70-’71 met 7-0 wel duidelijk sterker. In oktober van 1980 werd het tussen de twee clubs 2-2.
Hulshorst zou wel veelvuldig uitkomen tegen EFC’58, maar daarvoor ook al tegen de bedrijfsclub van de VAD, Velaudi, en later ook tegen FC Horst. Ook met Vierhouten’82 zouden de degens gekruist worden. Ook Elspeet kwam na de reorganisatie in ’96 en de herindeling van de districten in ’98 tegen EFC’58 uit. De Ermelose verenigingen verhuisden toen van West 1 naar Oost, waar Elspeet via de Afdeling Gelderland al gehuisvest was.
 
Elspeet als enige tegen DVS
Elspeet is wel de enige van die clubs, die competitieverplichtingen had tegen DVS. Toen de geelzwarten in ’83 uit de 3e klasse degradeerden, werden ze uitgeleend aan Oost en troffen de voormalige gemeentegenoot dus in de 4e klasse B. De zwartwitten eindigde dankzij de twee gelijke spelen tegen DVS slechts één plaats onder de Ermeloërs als vierde. De Heide-bewoners kwamen vanaf ’90 nog wel vijf achtereenvolgende jaargangen tegen Nunspeet (dat bezig was aan een duidelijk mindere periode in de clubgeschiedenis) uit en eindigde in het voorlaatste seizoen daarvan zelfs boven de club uit de hoofdplaats van de gemeente.
 
FC Horst lonkt naar derby tegen Nunspeet
Waar Nunspeet qua ambities enigszins pas op de plaats gemaakt lijkt te hebben, leeft FC Horst naar de 1e klasse toe; daar waar het twee seizoen al tegen DVS speelde. De oranjehemden kwamen Nunspeet in ’13-’15 na de rentree in de 1e klasse al twee keer in competitieverband tegen en zouden deze derby graag weer in ere herstellen ondanks de 0-5 thuisnederlaag (na de eerdere 1-1) in het laatste seizoen) en de 1-1 op “De Adelaar” en de 4-3 in Nunspeet. Dan moet FC Horst toch weer de stap naar de 1e klasse moeten zetten.
Of die derby ooit de intensiteit krijgt van de ontmoetingen tussen DVS en Volharding van weleer, valt te betwijfelen.